Uw kind wil of kan niet lang lopen of heeft bijvoorbeeld een afwijkende stand van zijn of haar tenen. Voor het laten onderzoeken en behandelen van deze klachten bent u bij uw podotherapeut aan het juiste adres. De kindervoet kan niet worden vergeleken met de volwassen voet:

0 – 2 jaar

Na de geboorte zijn nog niet alle botstructuren in de voet aanwezig en werken ook de voet- en beenspieren nog niet optimaal. Baby’s oefenen de voet- en beenspieren door te trappelen met hun voetjes. De botten bestaan nog uit kraakbeen. Onder de babyvoet zit een dik vetkussen waardoor de voet er afgeplat uitziet en een groot draagvlak heeft. In de loop van de eerste jaren verdwijnt dit vetkussen en ontstaat de voetholte.

Eerste stapjes

Rond het eerste levensjaar (10-18 maanden) waagt een kind zijn eerste stapjes. Dit proces mag niet overdreven gestimuleerd worden. Uw kind gaat staan en lopen zodra de voet klaar is om het eigen lichaamsgewicht te dragen. Het is normaal dat de benen van uw baby een O-stand hebben. Dit vergemakkelijkt het nog onzekere voortbewegen.

2 – 6 jaar

Rond het tweede jaar kan een X-stand van de benen ontstaan. Meestal gaat dit tussen het zesde en het achtste jaar vanzelf over. Ook hebben kinderen in deze leeftijdsfase nog vaak platvoeten.

6 – 8 jaar

De stand van de X-benen herstelt zich waarna de voeten en benen recht staan. Rond deze leeftijd ontwikkelen platvoeten zich tot een normale voetboog. Tot de leeftijd van 6 tot 8 jaar is er geen reden om ongerust te zijn als de stand van de kindervoet niet overeenkomt met wat voor die leeftijd gebruikelijk is.

Na het onderzoek maakt uw podotherapeut een behandelplan op maat en legt deze aan u voor. De behandeling bestaat uit een of meer van de volgende therapieën:

Schoenadvies

Kinderschoenen moeten geschikt zijn voor de voeten en de juiste pasvorm hebben.

Zolen

Kinderen kunnen een podotherapeutische zool krijgen om de voetstand te corrigeren of te compenseren. Over het algemeen vinden kinderen het dragen van zolen niet vervelend.

Voorlichting en advies

Tot de leeftijd van 8 jaar is er geen reden om ongerust te zijn als de stand van de kindervoet niet overeenkomt met wat voor die leeftijd gebruikelijk is. Heeft uw kind echter (pijn)klachten, dan kunt u ons bellen op nummer 023 – 520 1000.

Het is vervelend als u een blessure oploopt. Uit enthousiasme heeft u uw grenzen overschreden. Ook kan een blessure ontstaan als u een (soms niet bekende) fysieke beperking heeft. Voor het onderzoeken en behandelen van deze klachten kunt u terecht bij de podotherapeut.

De podotherapeut start een onderzoek naar de oorzaak van uw klachten. Daarna wordt de diagnose gesteld. Soms is aanvullend onderzoek nodig om een diagnose te stellen.

Bewegingsonderzoek

Hierbij kijkt de podotherapeut naar de bewegingen die u als sporter tijdens het sporten maakt. De podotherapeut onderzoekt of uw blessure het gevolg is van een verkeerde techniek of bijvoorbeeld van een beperking in spieren en/of banden.

Functieonderzoek

Hierbij kijkt de podotherapeut naar de gehele keten van gewrichten, spieren, banden en pezen die u gebruikt bij het sporten. Dit gaat verder dan alleen uw voet. Wanneer u loopt, gebruikt u uw complete bewegingsapparaat: voet, enkel, knie, heup, rug, hoofd en armen.

Onderzoek van uw sportschoenen, -kleding en –uitrusting

Het komt regelmatig voor dat een standaard sportuitrusting niet geschikt is voor de individuele sporter. Neem dit daarom mee naar uw afspraak. Uw podotherapeut krijgt dan een goed beeld van uw bewegingen als u uw schoenen (en eventuele beschermende kleding) draagt en uw uitrusting (bijvoorbeeld hockeystick, tennisracket of golfclub) gebruikt.

Mobiliteitsonderzoek

De podotherapeut onderzoekt de beweeglijkheid van de gewrichten van uw voet, knieën en lage rug. De podotherapeut bekijkt of er beperkingen zijn en in welke mate.

Wat houdt de behandeling in?

Na het onderzoek wordt er een behandelplan op maat gemaakt en met u overlegd. De behandeling kan uit de volgende therapieën bestaan:

Sport-podotherapeutische zolen

Om de druk onder uw voet te verminderen of de stand van uw voet te verbeteren.

(Teen)orthese

Om de stand van uw tenen te corrigeren, drukplekjes en wrijving van uw tenen te voorkomen/verminderen.

Mobiliseren van de voet

Om de verminderde mobiliteit (beweeglijkheid) van uw voet te voorkomen/verbeteren.

Schoenmodificaties

Kleine aanpassingen aan uw confectie- of sportschoeisel.

Schoenadvies

Uw schoen dient geschikt te zijn voor uw voeten en de juiste pasvorm te hebben.

Vilttherapieën en taping

Tijdelijke drukontlastende therapie en/of ondersteuning van andere therapievorm

Nagelbeugel en nagelprothese

Bij ingegroeide of kromme nagels.

Instrumentele behandeling

Als uw (medisch) pedicure uw nagels, eelt of likdoorns niet kan behandelen.

Voorlichting en advies

Hoe beter u weet wat goed is voor uw voeten, hoe beter u (preventieve) maatregelen kunt nemen.

Een ingegroeide nagel, een ontsteking rondom de nagel of een schimmelnagel… Het zijn vervelende klachten. Uw podotherapeut weet raad. Een podotherapeut behandelt (ernstige) nagelproblemen en complicaties die als gevolg daarvan kunnen optreden. De meest voorkomende nagelklachten zijn ingegroeide nagels, bolle nagels en schimmelnagels.

Ingegroeide nagel

Een ingegroeide teennagel ontstaat meestal door afscheuren of verkeerdafknippen. Dit komt vaak voor bij de nagel aan de grote teen. Ook kan een oorzaak zijn dat u te smalle of te puntig toelopende schoenen draagt. Door een ingegroeide nagel kunt u een pijnlijke onsteking rondom de nagel oplopen.

Bolle nagel/tunnelnagel

Soms heeft uw nagel een afwijkende vorm, zoals een ‘bolle’ nagel of een tunnelnagel. Uw nagel drukt tegen de zijkant van uw nagelbed aan. De kans bestaat dat uw nagel ingroeit. Een dergelijke nagel ontstaat door het (regelmatig) stoten van de nagel, het dragen van te krappe schoenen of door ouderdom. Ook kan de vorm van uw nagel erfelijk bepaald zijn.

Schimmelnagel

Een schimmelinfectie aan de nagel wordt in de volksmond ook wel kalknagel genoemd. De schimmel kan afkomstig zijn van een schimmelinfectie van de huid elders op de voet. Vaak begint een schimmelinfectie in een hoekje van de nagel en breidt zich dan verder uit. Wordt de schimmelinfectie niet bestreden dan is het mogelijk dat alle nagels geïnfecteerd raken.

U heeft van uw arts een verwijzing gekregen voor podotherapie ivm uw diabetes mellitus, oftewel suikerziekte. Wanneer u belt voor een afspraak, zult u meteen een aantal huisregels te horen krijgen. De controle ivm diabetes wordt bij de podotherapie gezien als een noodzaak voor het zo goed mogelijk behoud van uw voeten en benen. Preventie is daarbij een kernwoord. Zoals u als diabeet misschien wel bekend is, heeft diabetes een aantal ongewilde complicaties. Op het gebied van de voeten zitten deze in het ontstaan van wondjes die niet willen genezen door het verliezen van het gevoel in de voeten en het verminderen van de doorbloeding. De preventie van het ontstaan van deze wondjes en het behandelen van deze wonden zodat ze niet uitmonden in amputatie is het doel van podotherapie.

Het onderzoek

Bij het eerste onderzoek van de diabetische voet wordt er altijd 45 minuten tijd gepland. Wanneer er niets aan de hand is zijn we eerder klaar, maar dan is de tijd vaak hard nodig voor het geven van adviezen over de verzorging van uw voeten. Er zijn een aantal facetten van de diabetische voet die standaard bekeken worden. Er zijn twee gevoelstesten, oppervlakkig en diep, de doorbloeding in de voeten wordt doorgemeten, er wordt gekeken of de voet nog goed functioneert en er wordt aandacht besteed aan het type schoenen die u draagt. Vaak wordt er ook gekeken naar de stand van de voeten en of er drukplekken onder de voet bestaan die problemen zouden kunnen opleveren.
Tijdens het onderzoek krijgt u, zeker als er bevindingen zijn waarin blijkt dat uw voet risico loopt, veel tips over wat u kunt doen om uw voeten zo goed mogelijk te houden. Neem evt. iemand mee die mee kan luisteren of een pen en papier om alles te noteren! Zo kunt u alles later nog een keer bepraten of nalezen.

 

Voor een afspraak kunt u bellen met 023 – 520 1000 of mailen naar podotherapie@novopraktijk.nl

Door reuma ontstaan soms ontstekingsprocessen in en rondom uw voetgewrichten. Dit kan leiden tot wonden en veel pijn… Uw podotherapeut weet raad. Naar schatting zijn er in Nederland ongeveer 3 miljoen mensen met gewrichtsklachten. Velen hiervan zijn reumapatiënten. Van al deze mensen heeft 80 – 96% voetklachten. Veel reumapatiënten hebben problemen bij het verzorgen van hun voeten, zoals het knippen van nagels of het behandelen van eelt of likdoorns. U kunt ook hiervoor een podotherapeut of (medisch) pedicure inschakelen.

Tijdige behandeling door een podotherapeut kan uw klachten verminderen of wegnemen. Er zijn ruim 200 verschillende soorten reuma. De meest voorkomende reumatische aandoening is reumatoïde artritis. In Nederland zijn circa 450.000 mensen onder behandeling bij een reumatoloog. Als uw arts een reumatische aandoening constateert, kunt u preventief uw voeten door een podotherapeut laten onderzoeken.

De podotherapeut kan vervelende klachten in een later stadium voorkomen, door middel van instructie en behandeling. Volledige genezing van reumatische voetklachten is niet mogelijk, maar een vermindering van uw klachten vaak wel. Ook in een later stadium (als u al klachten heeft) kan de podotherapeut uitkomst bieden.

Als u last heeft van pijnlijke drukplekken of wonden, dan kunnen de volgende hulpmiddelen en behandelmethoden u wellicht helpen:

•    een teenorthese, om drukplekjes op de tenen te voorkomen of te verminderen.

•    een podotherapeutische zool, om de druk onder uw voet te verminderen.

•    vilttherapie, om direct een plekje of wondje drukvrij te leggen (dit is een tijdelijke behandeling).

•    (semi)orthopedisch schoeisel, omdat confectieschoenen pijnklachten veroorzaken of (te) veel druk op de voet uitoefenen.

Uw podotherapeut adviseert u ook over eventuele vervolgbehandelingen.

Wat is fasciitus plantaris/hielspoor?

Fasciitus plantaris is een overbelastingsblessure ter hoogte van de aanhechting van de peesplaat (deze zit aan de binnen onderzijde van de hiel). De plantaire fascie is een pees die de tenen met de hiel verbindt. Het is een belangrijke ondersteuning van het lengtegewelf. De pees is van belang bij het afzetten tijdens het lopen, rennen en springen. Bij overbelasting krijgt deze niet de kans om zich te herstellen. In de fascie ontstaan microscheurtjes en kleine bloedingen. Er kan ook verkalking ontstaan door voortdurende trekkracht van de peesplaat aan het bot, ook wel hielspoor genoem.

Symptomen

Pijn onder de hiel. De pijn voelt scherp aan bij het staan en straalt soms uit naar de voetzool. Er is sprake van een branderig stijf gevoel in de hiel.

Startpijn. Na stilzitten of in de ochtend is de pijn op zijn hevigst.

Zwelling en roodheid. De plek van de ontsteking kan zwellen en rood worden

Oorzaken

Overbelasting van de plantaire fascie kent verschillende oorzaken. De klachten nemen meestal geleidelijk toe. Het kan liggen aan het voettype. Iemand met een platvoet wikkelt sterker af over de binnenzijde van de voet (overpronatie), hierdoor komt de peesplaat onder spanning te staan. Bij een holvoet ontstaat spanning op de peesplaat doordat de voet meer moeite moet doen om grondcontact te maken.

Kortere kuitspieren geven ook aanleiding tot de klacht. Doordat de trekkracht op de achillespees te groot wordt, compenseert de voet het looppatroon ten nadele van de plantaire fascie.

Verder speelt het type schoeisel een rol. Een te stugge of te slappe zool met een gebrek aan schokdemping is belastend voor de peesplaat. Door overgewicht zakt het voetgewelf in en neemt de spanning eveneens toe.

Behandeling

Het herstel van een fasciitus plantaris kan vrij lang duren. Omdat het een ontsteking is, helpt het om ijs op de pijnlijke gezwollen plek te leggen. Verder helpt het om ontstekingsremmers (NSAID) te slikken. Let wel op de nadelige bijwerkingen van deze medicijnen.

De podotherapeut biedt mogelijkheden om van uw pijnklachten af te komen door middel van:

Podotherapeutische zolen, deze hebben een corrigerende werking en heffen de spanning in de peesplaat op.

Taping, dit is een tijdelijke oplossing en heeft dezelfde werking als zolen.

Schoenadvies. Over het algemeen is schokdemping in de hak gunstig. Daarbij een stevige hielomsluiting en een hakhoogte van 2 a 3 cm. Verder biedt een veterschoen meer stevigheid dan een instapschoen.

Strassbourg sok. Dit is een sok die ’s nachts gedragen wordt en de tenen naar het scheenbeen trekt, zodoende worden de kuitspieren opgerekt.

Rekoefeningen. Eventueel in samenwerking met de fysiotherapeut kunt u rekoefeningen voor voet- en kuitspieren doen. Bij erge pijn en zwelling is het belangrijk om rust te houden voordat u de voet gaat belasten

Rekoefeningen

De voetspieren

Ga met de voeten op de onderste traptrede staan en laat de hielen over de rand hangen. Verplaats het lichaamsgewicht iets naar voren zodat de hielen naar beneden worden geduwd. Voel daarbij de spanning in de kuitspieren. Tot nazeurende rek-sensatie aanwezig is. Houd 15 tellen vast en kom weer terug. Herhaal de oefening 3 keer. Oefening 2x daags uitvoeren.

De lange kuitspier

Maak met het gezonde been een stap naar voren, zover dat de hak van de andere voet net niet van de vloer loskomt. De knie van het geblesseerde been blijft gestrekt. Verplaats het gewicht van de achterste voet naar voren en druk daarbij de hak van het achterste been stevig in de grond. Plaats evt. uw handen tegen de muur. U voelt rek boven in de kuit van uw achterste been. In deze positie drukt u met de bal van de achterste voet in de vloer voor 10 seconden, de hak blijft op de vloer. Gevolgd door 10-20 seconden rust en herhaal dit 5-10 minuten. (Bij voorkeur dagelijks).

Wat is mortonse neuralgie?

Mortonse neuralgie is de benaming voor een zenuwbeknelling tussen de middenvoetbeentjes. Meestal betreft het de zenuw die tussen het 3e en 4e middenvoetsbeentje loopt. Ter hoogte van de kopjes kan de zenuw door irritatie verdikken. De verdikking wordt ook wel een neuroom genoemd. Deze kan ‘wegschieten’ als de middenvoetbeentjes tegen elkaar worden gedrukt. Dit wordt ook wel het ‘Mulders sign’ genoemd. De gezwollen zenuw veroorzaakt pijnklachten bij het lopen. Vrouwen hebben er vaker last van dan mannen.

Klachten

Mortonse neuralgie begint met plotseling opkomende scherpe pijn in de voorvoeten, die uitstraalt naar de tenen. De pijn treedt op met tussenpozen tijdens het lopen en sporten. In een vroeg stadium geeft het verlichting om de schoenen uit te trekken en de voeten licht te masseren. Dit helpt echter niet meer als de irritatie al langer aanhoudt. De ontstekingsverschijnselen verergeren en de zwelling neemt toe, hierdoor raakt de zenuw steeds meer bekneld. De pijn kan op den duur een chronisch karakter krijgen. De zenuwen zijn dan dermate verdikt dat het uittrekken van schoenen de beknelling niet meer tegengaan.

Oorzaken

Een afwijkende voetstand draagt bij aan het ontstaan van de zenuwbeknelling. Bijvoorbeeld een hol of plat voettype. Dit kan versterkt worden door het dragen van te krappe schoenen met hoge hakken. Er is ook meer kans om de klachten te ontwikkelen bij het langdurig aannemen van dezelfde houding. Dit komt voor bij sommige beroepen, bijvoorbeeld stratenmakers die veel hurken, beknelling van de zenuwen in  de voorvoet vormt dan een risico Verder kan een verminderde doorbloeding van het gebied ertoe leiden dat bindweefsel gaat zwellen, dus ook de zenuwen die tussen de middenvoetsbeentjes doorlopen.

Behandelmogelijkheden

De podotherapeut maakt gebruik van zolen of een orthese om ervoor te zorgen dat de beknelde zenuw weer vrij komt te liggen. Zodoende kan de zenuw herstellen. In de zolen wordt een element geplaatst die de middenvoetsbeentjes iets optilt, dit creëert ruimte die nodig is om de zenuw te ontlasten.

Het herstel duurt vrij lang. Bij een ernstige chronische irritatie is het mogelijk om de zenuw te laten injecteren met corticosteroïden. Een andere mogelijkheid is om de verdikking chirurgisch te laten verwijderen.

Schoenadvies

Om (verergering van) Mortonse neuralgie te voorkomen gelden een paar algemene schoenadviezen:

Het beste is om schoenen te dragen met een stevig hielpand, zonder dat dit irriteert bij de achillespees.

De hak hoort breed genoeg te zijn, zodat de schoen stabiel is. De hoogte moet niet meer dan 3 cm. zijn.

Draag bij voorkeur geen instappers, deze bieden onvoldoende steun en kunnen te strak zitten. Beter is om een verstelbare veterschoen te dragen.

Over het algemeen hoort de voet voldoende ruimte te hebben, met name bij de voorvoet. Beknelling werkt klachten in de hand.